LUMINOUS DASH EN DAVID BOWIE

We vroegen aan de Luminous Dash-medewerkers:

a) Wat is je favoriete Bowie-moment.
b) Wat is je favoriete Bowie-album.
c) Wat is je favoriete Bowie-song?
d) Wat betekent Bowie voor je?

 

MARIEKE HUTSEBAUT
a)Wanneer hij ‘the earth is a bitch’ zegt in Oh You Pretty Things, die blik op zijn gezicht.
b) Ik ben geen mens die hele platen luistert. Ik luister alleen naar de nummers die ik goed vind, en van David Bowie is nu toevallig alles goed
c) Starman, Within You (van Labyrinth), Five Years, Heroes…
d) Alles, hij is mijn favoriete muzikant ooit. Labyrinth ken ik al van vroeger van voor ik David Bowie zelf kende en die film vond ik supercool, ik keek die zelfs in het Engels toen ik nog geen subtitles kon lezen en er eigenlijk niets van verstond.

DIDIER BECU
a) Het moment waarop Bowie in zijn rode jack voor Christiane F. verschijnt in de film, het ogenblik waarop een zanger plots God wordt. Iedereen was wel een Christiane in de jaren 80, met of zonder de heroïne.
b) Laffe vraag, maar Low wint, al was het maar om het feit dat degene die mijn begrafenis regelt er even aan denkt om mij deze plaat nog eens te laten horen alvorens ik de aarde verlaat. Zonder Low had ik nooit naar muziek geluisterd
c) Heroes of Warszawa, maar ik mag maar één kiezen dus wordt het Heroes omdat een middelvinger nooit zo briljant klonk als toen.
d) Als kind werd het vrij duidelijk dat ik een mens van idolen was. Geeft niet zo lang je Bowie op de top van je lijst plaatst. Hoewel nooit ontmoet, durf ik te beweren dat ik zielsveel hou van Bowie. De artiest die me op prille leeftijd leerde dat anders zijn niets negatief is. Bowie is God, God is Bowie.

MARC HUPKENS
a) De live-uitvoering van Hurt samen met Nine inch Nails
b) Wir kinder vom Bahnhof Zoo OST
c) Heroes / Helden
d) Bowie is een visionair, geen trendvolger, maareen trendsetter, iemand die zijn eigen ding deed, ongeacht wat anderen daar van vonden, en daar kan je een voorbeeld aan nemen.

MARK VAN MULLEM
a) Toen Bowie met Earthling tourde deed hij op 5 juli 1997 Rock Werchter, toen nog Torhout/Werchter, aan. Ik was medewerker bij de ‘nachtploeg’ tijdens de festivaldagen in Werchter. Onze taak bestond er in op de invalsweg naar het parcours alle verkeer dat zich niet kon identificeren tegen te houden, alleen de artiestenvans en -bussen met de nummerplaat op de lijst mochten door. Toen kwam daar die grote geblindeerde Britse autocar aanzetten. Ik liet het gevaarte stoppen en merkte dat de nummerplaat niet op mijn lijstje stond. Dus ik, streng maar rechtvaardig: “Sorry, Sir, you cannot pass”. Terwijl de chauffeur me verbouwereerd en verwijtend aankeek, kwam een gestalte naar voorgekropen, met piekhaar. Ik stond plotsklaps verstijfd, verlamd, … Zeker toen het klonk in Cockney-Engels: “It’s David Booowie”. Wat toen gebeurde? Ik durfde mijn held amper aankijken. Al wat ik doen kon is roepen naar mijn collega’s die wat verderop stonden: “laat ze door, het is David Bowie!”. Ik herinner me nog dat Bowie smakelijk lachte wanneer de bus vertrok richting backstage van het podium.
Het optreden dat jaar heb ik helaas gemist, al kon ik Dead Man Walking en I’m Afraid of the Americans en de andere luide Earthling-songs alsook Hallo Spaceboy en White Light White Heat goed horen van waar ik stond aan mijn post ‘Camping La Bamba’.
Gelukkig zou ik mijn held later nog eens ‘echt’ aan het werk kunnen zien tijdens de Reality-tour. Helaas slechts die éne keer. Meteen ook mijn grootste frustratie!
b) Mijn favoriete Bowie-plaat is tevens mijn favoriete album aller tijden: Diamond Dogs uit 1974 waarop Bowie George Orwells 1984 bezoekt en daar een flinke dosis Willam S. Burroughs aan toevoegt. De plaat rockt lekker weg en elke keer als ik er naar luister is het of ik die geweldige muziek weer opnieuw ontdek. De plaat van Rebel Rebel, maar ook de plaat met die geweldige titeltrack, ingeleid door “This Ain’t Rock ’n Roll, this is genocide”, de plaat met een rockende en croonende Bowie, de plaat met gierende en vervormde gitaren en saxofoons…
Elders op Luminous Dash bespreek ik dit album meer in detail.
In 1974 was ik slechts 2, maar ik ontdekte dit album pas veel later, toen ik gretig de backcatalogue ging beluisteren! Het Bowie-album dat me bij al de rest gebracht heeft is Let’s Dance uit 1983, dat is ook nog steeds een favoriet van mij.
Als ik een Bowie-top 5 zou moeten maken zou die er, mijn onbetwiste nummer 1 incluis, als volgt kunnen uitzien:
1. Diamond Dogs (1974)
2. Hunky Dory (1971)
3. Station To Station (1976)
4. Young Americans (1975)
5. Black Tie White Noise (1993)
Eigenlijk horen Blackstar (2016) en The Nathan Adler Diaries: A Hypercycle: 1. Outside (1995) en Let’s Dance (1983) ook in de top 5 thuis. En dan zou ik Bowies Berlijn-trilogie haast oneer aandoen.
Goh, zo komen we al makkelijk aan een top 10, niet?
c) Het is moeilijk om slechts één favoriete song te noemen van mijn grote held; ik heb er immers zovelen. Maar misschien is Loving The Alien toch echt mijn grote favoriet, een song dat uit een album komt dat ik helemaal niét goed vindt, om niet te zeggen dat ik Tonight (1984) ronduit slecht vindt. Maar die éne song redt daar de meubelen, zonder enige twijfel. Maar mag ik ook een lans breken voor Win en Right (beiden uit Young Americans), Stay (van Station To Station), Life on Mars, The Queen Bitch en Song For Andy Warhol (Hunky Dory), Bring Me The Disco King (Reality) en Black Tie White Noise (Black Tie White Noise), Cat People (Let’s Dance) en uiteraard het integrale Diamond Dogs-album?
d)Sinds ik bewust naar muziek luister, is Bowie de rode draad geweest. Hij was er altijd en sinds ik hem als 11-jarige in 1983 ontdekte, is de fascinatie en bewondering nooit meer overgegaan. En al had mijn held al eens een minder dagje, zoals het daaropvolgende jaar al met Tonight, waar dus wel het geweldige Loving The Alien opstaat, en later in mindere mate met Never Let Me Down(1987), ik bleef steeds trouw aan mijn geloof: Bowie!
De man van de vele gedaantes, steeds weer zichzelf heruitvindend, eeuwige trendsetter en rebel maar bovenal een man met een gouden stem en prachtige nummers en teksten. Zelfs wanneer hij het in zijn hoofd haalde een Dance & Jungle-album te maken (nu ja), sloeg Bowie erin het genre helemaal naar zich toe te trekken. Of hoe Bowie in 1989 plots met de hard rock ’n roll-act Tin Machine op de proppen kwam, lekker vuig rocken, dit keer niet met extravaganza en The Spiders From Mars maar gekleed in strak maatpak.
De termen genie, legende of icoon worden soms iets te makkelijk gebezigd en hetzelfde geldt voor meesterwerken. Maar als het op één artiest absoluut van toepassing is dat wel David Bowie.
Bowie leverde sinds 1983 en tot 10 januari 2016 een belangrijke bijdrag aan dé soundtrack van mijn leven ondanks het feit dat ik, zoals Raymond dat zo mooi zong “naar vele muziekjes luister”.
Bowie was er altijd. Er ging geen week voorbij dat ik niet naar een Bowie-album of -nummer luisterde. Om iets te vieren, om troost te vinden, of gewoon om dat ik daar weer zo’n drang tot had. En dat is nog steeds zo. Natuurlijk. Bowie Forever.

François, Wouter, Filip, Jeffrey en Patrick hebben de vragen niet beantwoord, wel een Bowie-verhaal…zelfs mattetaarten!

FRANCOIS DU PAINLAIT

31 oktober 1991. Tin Machine speelt in de al maanden op voorhand uitverkochte AB. David Bowie en zijn trawanten op dat kleine podium, gebruik makend van de volle sound waarvoor de AB toen al gekend was (let wel, de AB was toen nog niet verbouwd tot de livetempel die hij nu is). Sommigen zullen dit wel herkennen: trapjes op en trapjes af vooraleer je in de zaal bent.
Enfin, daar dus, die avond, de grote mijnheer Bowie tijdens de enige, doch korte Europese clubtoer van Tin Machine. Als ik me niet vergis hebben ze maar een concert of 15 à 20 gespeeld.
Helaas voor mezelf was ik aan het werken toen het nieuws werd aangekondigd via Studio Brussel, de ticketverkoop begon zowaar meteen na de aankondiging en kaartjes waren alleen maar te koop in de Fnac in Brussel (jawel, in die tijd moest je nog echt je gat opheffen om aan tickets te geraken, echte tickets!)
Damn Damn! Niets aan te doen dus. Een paar weken later op café praat ik erover met mijn toenmalige vriendin en een vriendin van haar. Waarop die vriendin dan plotsweg koudweg langs haar neus zegt: “ ja, maar mijn papa is een goeie vriend van Boogie Boy ( die het concert organiseerde via zijn bookingskantoor ), ik wil gerust wel eens vragen of er nog tickets te krijgen zijn.” Uiteraard ben ik meteen enthousiast.
Nog paar dagen later krijg ik telefoon met aan de andere kant een zekere Boogie Boy, die mijn nummer gekregen had via via met de eenvoudige mededeling : “ Dag Frank, ik heb je nummer gekregen en er ligt een kaartje voor je klaar aan de ingang “ – terstond kippenvel –  “ maar je krijgt het enkel en alleen als je mattentaarten meebrengt “ Waarop ik: “ eughhhh ?“ ( jawel,  ik woonde toen nog in het exotische Geraardsbergen, die alom gekend is voor de Muur, Manneken Pis en de mattentaart.)
Verder dan “eeughhh?” , “komt in orde” en “wreed bedankt” kom ik niet verder.
31 oktober raas ik met mijn Fiat128 richting AB. En het is pas nadat ik aan de security alles uitgelegd heb en de uitdrukking op hun gezicht zie dat ik me realiseer hoe dwaas en ongelovig mijn verhaal daar op dat moment overkomt. Ook al is mij dat ticket beloofd, ook al zeg ik dat ik Boogie Boy wil zien, ik blijf gewoon staan aan de ingang en geraak dus niet binnen, tot ik plots Boogie Boy zie passeren en luidkeels begin te roepen dat de mattentaarten gearriveerd zijn! Gelukkig voor mij, wist hij het nog en hij het was zeker niet vergeten en hebben we dus meteen de taarten en het ticket geruild, en ik dus binnen. Hell yeah!
En als toemaatje op dit alles  kreeg ik ook een backstagepas en de mogelijkheid om Bowie te ontmoeten. Het zweet begon mijn rug al af te denderen. Genoten van het concert, helaas geen gebruik gemaakt van de backstagepas omdat ik gewoon niet durfde, en dus ook geen ontmoeting, het zou vandaag anders geweest zijn.
Jammer, jammer, jammer. Een beslissing die ik me tot van vandaag betreur, stommerik die ik ben. Maar Tin Machine heeft die avond wel het kot ferm zot gemaakt, ze peelden zelfs een nummer van de Pixies: Debaser! Bowie Debaser horen zingen, maar helaas niet ontmoet, one can’t have it all… Ik kan alleen maar hopen dat hij ook een stukje mattentaart gegeten heeft en het lekker vond!

WOUTER DE SUTTER
David Bowie behoort tot mijn allereerste muzikale herinneringen. Die situeren zich ergens halfweg de  jaren ’70. Aanstoker van het ‘kwaad’: mijn vader, groot liefhebber van klassieke muziek en Bach-kenner. Naast het klassieke werk, goed voor enkele honderden albums in de woonkamer, had hij een handvol vinylplaten die meer eigentijdse dingen lieten horen. Eén Cohen zat daar tussen (die met de gele hoes), één plaat van Boudewijn De Groot (kleinkunst was nogal hot toen) en een reeks Bowie lp’s.
De eerste ke(e)r(en) dat ik Bowie hoorde vond ik het maar vreemd en niet zó leuk klinken. Redelijk logisch voor een jongetje dat nog gelooft in Sinterklaas en vooral zit te wachten op de volgende aflevering van de Fabeltjeskrant. De vreemde hoezen die bij die platen hoorden zetten die eerste, wat naargeestige ervaring(en) alleen maar kracht bij.
Met het opgroeien leerde ik Bowies wer beter kennen en appreciëren. De David Bowie die ik als kind door de woonkamer hoorde galmen – Ziggy Stardust – bleek achteraf wel één van de interessantste. Voor Bowies werk in de seventies schieten superlatieven te kort. Hij zette toen een impressionante reeks platen neer  die – wat mij betreft – ten einde liep met de release van Scary Monsters, op de drempel van de eighties. Vanaf Let’s Dance (1983) haakte ik nogal resoluut af. Ik was niet de enige.
David Bowie was een muzikale spons die zoveel invloeden als mogelijk in zijn eigen werk opnam, al dan niet onder invloed van de trend of de rage van het moment. Zonder de eigen stempel vergeten te zetten. Scary Monsters is exemplarisch in die zin. In de nadagen van de punkfurie en geïnspireerd door de opkomende new wave (post punk), neemt hij een donkere plaat op voorzien van creepy randjes. Veel harde en schrille klanken, claustrofobisch, de koude oorlog op muziek.
Maar ook volgestouwd met duizelingwekkend goede nummers waarvan er een aantal nog zéér lang zullen meegaan. Het titelnummer, ‘Ashes To Ashes’, ‘Fashion’… Stuk voor stuk nummers waar andere muzikanten een arm of een been voor veil hebben.
Heroes en Lodger zijn net zo goed mijlpalen, maar als er één favoriete plaat moet gekozen worden dan toch Scary Monsters wegens niet één overbodig nummer en/of zwak moment. De perfecte muzikale weergave van de sombere tijdsgeest van toen. Een topplaat quoi. Beep Beep!
Mijn bijzonderste Bowie-moment?
We schrijven december 1985. De winterse kou snijdt onverbiddelijk dwars door je heen. Zelfs aan zee ligt er een dik pak sneeuw. In het station van Oostende laat de intercom Bowie horen. Een stevig beschonken dakloze brult uit volle borst Life On Mars? mee in de vertrekhal. En wordt na enige tijd aan de deur gezet door een man in uniform. Leek wel een scène uit één of andere mistroostige prent over de zelfkant van de samenleving. Bowies song over leven in de slop van de realiteit matchte verdomd goed met wat er toen gebeurde.

PATRICK BURNEEL
In een zeer ver verleden, toen er van compact discs (en de bijhorende dummies) nog geen sprake was, ging ik als tiener elke zaterdag mee met mijn ouders naar de Colruyt. Zij deden de boodschappen terwijl ik zelf likkebaardend tussen de platen snuffelde. Niet dat ik er ooit één kreeg. Thuis stond de radio altijd aan. Op Hilversum 3 meestal, maar de meeste programma’s en hun titels ben ik al decennia vergeten.
Wat bij is gebleven zijn de programma’s van Alfred Lagarde en na hem van een dame, die beiden de vroege heavy metal, bluesrock en verwante genres aan bod lieten komen. En iets later vonden we zelfs de knop om een andere zender te zoeken, en belandden zo bij programma’s als Domino, Spleen, Radio Nome en gelijkaardige programma’s die meer alternatieve en / of experimentele muziek brachten. Op tv was er Top Of The Pops en Toppop met Ad Visser. In al die programma’s leerde ik bands, muzikanten en one-hit wonders kennen. Eentje daarvan was natuurlijk David Bowie, die zo nu en dan aan bod kwam met één van zijn inmiddels legendarische singles.
Die kennis van het radio luisteren, iets wat ik al diverse decennia niet meer doe, hielp me wel bij het kopen van mijn allereerste plaat. Inderdaad, plots kreeg ik een beetje zakgeld. Mijn ouders kennende diende dat voornamelijk voor het oppotten om het later op de spaarrekening te zetten. Maar daar had ik geen zin in. Ik toog met de bus (ik had een abonnement) naar de dichts bij zijnde stad (Kortrijk) en liep er een platenwinkel binnen. Welke het was, kan ik me niet meer voor de geest halen. Waarschijnlijk ook al jaren failliet, maar dat is eigenlijk niet van belang. Met die honderd Belgische Frank die ik had gekregen, één briefje dus, kon ik natuurlijk geen recente plaat aanschaffen. Maar erg vond ik dat eigenlijk niet. Diamond Dogs van David Bowie lag er namelijk naar mij te loeren, en die kostte net zoveel als het bedrag dat ik bij me had. En Rebel Rebel stond er op, dat liedje kenden we van de radio en tv. Op naar huis ermee, om de plaat te beluisteren.
Het gedoe van mijn ouders, die liever hadden dat ik iets anders deed met dat geld, verdween als sneeuw bij de zon toen de eerste noten van Future Legend, het openingsnummer van de plaat, de kamer vulde. Een grote liefhebber van het werk van David Bowie zijn we nooit geworden. Hij blijft in onze herinnering voortleven doordat hij, een tweetal weken alvorens we onze tweede plaat, In God We Trust Inc. van The Dead Kennedy’s aanschaften voor hetzelfde bedrag, de start betekende van onze inmiddels zeer omvangrijke muziekcollectie. En we zijn hem, weliswaar een beetje van op afstand, blijven volgen tot aan de plaat Let’s Dance. Daar vonden we geen ruk aan, nog steeds niet. De platen daarna hebben we steevast vluchtig en diagonaal geluisterd en nooit aangeschaft. Tot we een clip zagen op het www van het nummer Lazarus, dat wel wist te imponeren. Waardoor we Blackstar kochten en ze klasseerden bij klassiekers als Low, Heroes, Lodger en Station To Station. En geef maar Warszawa om ons geheugen blijvend op te frissen.

FILIP HENDRICKX
David Bowie, wie is hij, wat doet hij en waarom?
Deze en andere cliché Paul Jambers vragen zijn moeilijk te beantwoorden en wel om volgende redenen.
Zijn muziek en persona zijn zo divers dat er niet één lijn te trekken is voor deze artiest.  Voor ieder van ons betekent hij of één van de vele facetten van zijn carrière iets anders.Verdorie, er zijn zelfs muziekliefhebbers die een hekel hebben aan Bowie. In welke mate we enige waarde aan dergelijke mensen hun mening toekennen en of we deze personen überhaupt kunnen tolereren laat ik u zelf bepalen, voor mezelf heb ik het antwoord wel al klaar.Men kan enkel een poging wagen om te verwoorden wat hij voor ieder van ons afzonderlijk betekent.
Op maandag 11 januari 2016 neem ik, me onbewust van enig nieuws van de avond voordien plaats aan het bureau om weer een burgerlijke werkdag te volbrengen op mijn niet zo magische job. Mijn collega komt me bezorgd vragen hoe het met me gaat. Ik lach een beetje schalks, wat voor vraag is me dat nu? Dat zou toch duidelijk moeten zijn, het is maandag. Het lachen vergaat me echter snel eenmaal ze me vertelt dat alle nieuwskanalen melden dat David Bowie overleden is.
Ik heb nog even de ijdele hoop dat dit wederom een Hoax is maar ik moet het echter aanvaarden. Hij, mijn Starman is niet meer. Mijn ogen wateren en ik heb koffie nodig, wat moeten collega’s wel niet van me denken dat ik als volwassen man zo ondersteboven ben van het overlijden van een muzikant. Maar het doet me wel wat, veel zelfs.
Hij is namelijk diegene die me laat dromen van alles wat ik wil en zou kunnen zijn, alles wat niet dit bureau, job en keurslijf is. Op de muziek van Bowie kan je het namelijk allemaal, je kan dansen, lachen, huilen of je buitengewoon exquis voelen. Met andere woorden, de soundtrack van het leven.
Of ik nu niet een beetje overdrijf hoor ik u de vraag stellen. Nee, dat dat doe ik niet. Ik nodig u uit om zijn hele oeuvre door te nemen, en het is behoorlijk wat met een diversiteit waar ik tot op heden nog geen enkele andere artiest toe in staat heb geacht. En zelfs al bent u geen fan, ik garandeer u dat u voor elk van voorgenoemde emoties een nummer zal vinden wat je nadien voor altijd meedraagt.
Je moet maar durven, de stekker uit je eerste succesvolle formule trekken en dit nadat hij reeds semi commerciële flops op zijn conto had staan. Ziggy Stardust sloeg in als een bom, uit terechte angst om voor eeuwig aan dit karakter vast te hangen en omdat het doel toen reeds een langdurige carrière was koos hij voor het onzekere. Een berekend risico zou je kunnen zeggen echter weten we allen dat dit niet van toepassing is in de muziek/show business.
De bravoure waarmee Bowie verschillende malen in zijn carrière een stijlbreuk heeft genomen om een nieuw pad te verkennen is nog steeds een precedent en bewijst des te meer dat we hier mogen spreken over een ware kunstenaar met visie. Geen angst voor het commerciële verlies maar wel het kunnen ontdekken en verkennen van een nieuwe muzikale insteek stond steeds voorop, ja zelfs in het dubieuze decennium 80-89. De man zelve wou waarschijnlijk ook gewoon eens lekker de beentjes losschudden op de dansvloer zonder al te zwaar geladen emoties of even wat meer testosteron rock ten gehore brengen met de nieuw gevormde Tin Machine.
Laat ons duidelijk wezen, zijn werk heeft onmiskenbaar een grote invloed gehad op het gehele muzikale landschap en dit zal nog zeer lang nazinderen. Velen spelen, soms misschien onbewust buurtje leen bij Bowie. Dit zowel op muzikaal als vestimentair gebied. Ach, ieder muzikant leent wel iets van zijn voorgangers dus dan leen je beter van de beste.
David Bowie kruipt onder je huid en om het met de woorden van Luminous Dash te zeggen, wordt een deel van je DNA.

JEFFREY PRUTKLUCHT
David Bowie betekende een jaar geleden nog helemaal niets voor me. Hij was een oude rockster die waarschijnlijk wel een aantal invloedrijke platen had gemaakt, maar ik was met interessantere, meer vernieuwende (haha!) dingen in muziek bezig. Toen hij dan uiteindelijk het loodje legde en iedereen en zijn bomma er wild over ging doen, werd ik natuurlijk nieuwsgierig naar wat de man dan wel niet allemaal gedaan had.
Ik kende Rebel Rebel en Heroes, maar ik voelde quasi niets als ik die nummers op de radio hoorde. Ik downloadde voor het slapengaan lukraak het album Low om te luisteren terwijl ik op mijn bed lag. De eerste nummers op die plaat zijn nogal chaotisch en springen van links naar rechts op je stereo, wat ik ook tof vond. Maar het moment dat Warszawa speelde was het alsof ik een helemaal andere artiest aan het luisteren was, en alsof Low in 2016 uit was gekomen. Dit soort van ambientachtige nummer had zoveel beeldspraak voor mij, ik werd er meteen verliefd op. Het beeld dat ik kreeg was dat van een oude, welgestelde weduwe, die in de schemering van een zomerdag naar het vijvertje aan het huis van haar echtgenoot zaliger gaat. Waar ze dan aan de oevers gaat zitten en naar de, onderhand verschenen, volle maan kijkt met blauwig licht op haar gezicht. De nummers die na Warszawa volgen op de Low hebben een zelfde soort beeldspraak en subtiliteiten die nodig zijn voor mij om een klik  met muziek te maken. Ook Weeping Wall klinkt erg modern en ergens ondefinieerbaar. Afsluiter Subterraneans straalt overvloedige rust en tevredenheid uit, wat zich na elke luisterbeurt op mijn humeur afstraalt.
De volgende plaat die op mij hetzelfde effect had was Station To Station, meer bepaald door de film Christiane F – Wir Kinder Von Bahnhof Zoo. De film gaat over een Berlijns meisje dat verslaafd geraakt aan drugs en steeds meer in de onderwereld ervan afzakt: prostitutie, bedelen en stervende naasten worden haar deel. Christiane en haar vrienden hangen rond op het Berlijnse metrostation “Bahnhof Zoo” en ook in de “Sound” club. Ze is een grote David Bowie-fan, en er komt een stuk van een concert van Bowie in de film, waar hij het nummer Station To Station brengt. De concertbeelden met Bowie in zijn James Dean-vest die speelt voor de Berlijnse jeugd zijn prachtig en betoverend. Later had ik een droom waarin ik de titel van Station To Station linkte met Christiane F en haar schijnbare onmogelijkheid om uit Bahnhof Zoo, en dus haar drugsverslaving te geraken. Ik zat op de metro en passeerde station na station, uiteindelijk ook Bahnhof Zoo waar ik Christiane en haar vrienden zag verkommeren. En ik vond het erg dat ik van station naar station kon gaan, maar Christiane niet. Tot zover verregaande associaties en rare dingen die de muziek van Bowie met mij kan doen.
Nu een jaar na zijn dood zit ik rare interviews met de man te bekijken, probeer ik werk te maken van zijn gehele discografie te beluisteren en bekijk ik nu en dan eens een film waarin hij speelt, al heb ik Labyrinth nog niet aangedurft. Ik moet echt eens leren van mensen te geloven wanneer ze zeggen dat een bepaalde artiest de max is, want voor je het weet zijn ze dood. Helaas ben ik een chronische laatkomer en wantrouw ik mensen met meningen over dingen, zeker over oude rocksterren.

QUINTEN JACOBS
Ik leerde David Bowie eerlijk gezegd pas echt kennen na zijn dood. Ervoor had ik natuurlijk al van hem gehoord, maar kende ik alleen hits als Heroes, Let’s Dance en Rebel Rebel. Met andere woorden, in mijn 17-jarige leven had niemand de heldendaad verricht (die het zou geweest zijn), mij een Bowie-album aan te reiken.
In 2016 ging ik dan ook op zoek naar David Bowie en ik merkte dat hij van heel wat markten thuis was. Na het luisteren van een vijftal albums, was ik helemaal mee.
David Bowie vond zichzelf elke keer opnieuw uit, 25 albums lang omarmde hij op die manier de tijd.
Mijn Bowie-moment: Op mijn kamer, toen Blackstar van zijn laatste, gelijknamige album, me tot tranen (in de ogen) toe bewoog, 3 weken na zijn dood, toen ik zijn albums Blackstar en The Next Day er al had doorgejaagd. Het verdriet dat hij nooit meer muziek zou maken, en dat ik hem niet vroeger ontdekte, in combinatie met Bowies indringende stem, ontroerde me.
Dat album, Blackstar, vind ik dan ook het beste Bowie-album. Het ligt in dezelfde sfeer als Skeleton Tree van Nick Cave nu, wat alweer bewijst dat Bowie weer mee met zijn tijd was.
Je merkte bij het album aan alles dat de dood om de hoek loert. Zinnen als “Look up here, man, I’m in danger// I’ve got nothing left to lose” kwamen in een ander daglicht te staan 2 dagen na zijn 69e verjaardag, vandaag exact 1 jaar geleden. Doorheen al zijn albums was de vergankelijkheid van het leven de rode draad en op die manier was zijn dood in zekere zin een ‘climax’.
Elke keer als ik Blackstar draai, word ik gepakt door de extra lading die het meekreeg door de dood van Bowie. Daarom verheft het zich voor mij nog net dat tikje boven bijvoorbeeld The Man Who Sold the World, Hunky Dory of Low.
Het beste Bowie-nummer aller tijden kiezen is erg moeilijk. Er waren vele kanshebbers, maar uiteindelijk haalde Sound and Vision het in de muzikale veldslag. Uitgebracht in 1977 en terug te vinden op Low en vooral een heerlijk staaltje muziek. Het nummer blijft een tijd instrumentaal en toch erg catchy, afwisselend maar toch herkenbaar.
De legendarische tekst (“Blue, blue, electric blue//that’s the color of my room”) maakt het geheel alleen nog geweldiger. Ook graag een speciale vermelding voor Girl Loves Me, een speciaal, lekker eigenzinnig topnummer uit Blackstar.
David Bowie betekent veel voor mij. Ik heb er spijt van dat ik hem niet eerder leerde kennen, momenteel heb ik 21 van zijn 25 albums (meermaals) beluisterd en ik ga de 4 overige spreiden over 2017, om het genot nog wat te rekken. Bowie vond zichzelf elke keer opnieuw uit, en dat brengt hem een dimensie hoger dan andere muzikanten. Iedereen heeft wel een favoriet Bowie-nummer, hij raakte mensen van heel verschillende smaak, en zo verbond hij ze. En dat is wat muziek moet doen, raken en verbinden, toch?