Projectomschrijving

CLAP YOUR HANDS SAY YEAH – Brussel, Botanique 14/09/2017

Drie dagen na elkaar waren we in de Brusselse Botanique te vinden. Tom McRae overtuigde op zondag, Girlpool stelde wat teleur op maandag en op dinsdag was het dan de beurt aan Clap Your Hands Say Yeah, een band die in 2005 een geweldig debuutalbum uitbracht, maar daarna steeds dieper zonk.

Waar ze eerst nog, gehypet door alle blogs, in de Grote Zaal van de AB speelden (2007), dan in de Orangerie van de Botanique (2012), speelden ze nu in de veel kleinere, maar des te gezelligere Rotonde. Live hielden Alec Ounsworth en co altijd stand en dus gingen we een kijkje nemen in de Rotonde, waar de band hun nieuwe album The Tourist kwam voorstellen.

Het voorprogramma werd verzorgd door The Ruby Suns, dat ook een nieuwe, vijfde plaat uitheeft. Opzoekwerk leerde ons dat The Ruby Suns beperkte bekendheid vergaarde met het gebruik van een van hun songs in de videogame GTA V. Jammer genoeg moest frontman Ryan McPhun alleen opdraven, wellicht was de band niet mee om budgettaire redenen. De Nieuw-Zeelander probeerde dit dan maar op te lossen door zelf een drumcomputer te bedienen, gecombineerd met een stevige dosis samples. Daarover speelde hij een Mac DeMarco-gitaartje (voor de incrowd: een stevige phaser) en een vreemd allegaartje was het resultaat. Live en solo was het niet overtuigend en werd het al snel eentonig.

McPhun had er wel duidelijk werk van gemaakt en was steeds druk in de weer met de knopjes van zijn bedieningspaneel, maar dat ging vaak ten koste van de song. Tilt of His Hat is bijvoorbeeld geen slecht nummer, maar viel in het water door de drang van de frontman hem helemaal te brengen als op plaat, wat natuurlijk onmogelijk was in zijn eentje. Toen McPhun aankondigde dat hij van elke stad waar hij zou spelen in deze tour, een plaatselijk nummer zou coveren, hoopten wij al op Bruxelles van Warhaus. Helaas voegde hij eraan toen dat dat te moeilijk bleek en moesten we genoegen nemen met een cover van de Schots band Twin Atlantic. Afsluiten deed The Ruby Suns met hun beste song, Remember. Af en toe schoot Tin Fingers door ons hoofd, maar al bij al was dit toch veel minder meeslepend.

Een halfuurtje later was het tijd voor het hoofdgerecht: Clap Your Hands Say Yeah. We hoopten, net als iedereen, op veel songs uit de debuutplaat en kregen onmiddellijk In This Home On Ice. Onmiddellijk was het publiek mee en sloeg de vlam in de pan. Niet veel later was het tijd voor Is This Love in een rockabilly-jasje en al snel werd er stevig meebewogen.

Frontman Alec Ounsworth was in zijn sas en dook tijdens Some Loud Thunder het publiek in. Toch kwam het nummer pas op het einde op gang, toen Ounsworth wat danspasjes op het podium waagde. Daarna nam Clap Your Hands Say Yeah wat gas terug met Chance to Care uit The Tourist, hun jongste plaat, maar al snel gooide de band er weer de beuk in met Coming Down en The Pilot, dat onmiskenbaar aan The Cure deed denken.

Met het zomerse Over And Over Again en het energieke Over And Over Again (met glansrol voor de drummer) waanden we ons even weer op een warm zomerfestival. Tijd voor hit The Skin Of My Yellow Country Teeth dan, dat voor een eerste hoogtepunt zorgde.

De Rotonde stond in brand en alweer beseften we dat Ounsworth de heerlijkste overslaande stem van de wereld heeft. Clap Your Hands Say Yeah maakt muziek om op heen en weer te stuiteren, maar experimenteerde in Fireproof met postrock. Niet helemaal overtuigend, maar toen ze in Ketamine And Extacy eens stevig knipoogden naar de 90’s rock van Pavement, waren we weer helemaal mee (wat een gitaarrif!). Toen Ounsworth meegaf dat Upon This Tidal Wave Of Young Blood het laatste nummer zou worden, was dat natuurlijk niet gemeend. Met As Always kregen we in de bisronde nog een hoogtepunt en inmiddels was duidelijk dat niet alleen het publiek, maar ook de band het een fantastische avond vond.

Geregeld was het publiek ‘fantastic’ en ook de zaal was ‘wonderful’. Na het solo-gebrachte Heavy Metal (die Ounsworth heeft niet alleen een onweerstaanbare stem, maar ook humor) en een oorverdovend applaus smeekte de Amerikaan de geluidsman om nog één nummer te mogen spelen en zo geschiede. Ook dan weer ging het publiek uit zijn dak en stuiterend over het trottoir huppelden we naar huis. Straf concert.

QUINTEN JACOBS