Projectomschrijving

Een plaat in 24 uur opnemen! Dat is wat De Mens zal doen om zijn 25e verjaardag de nodige elan te geven. We hadden een zeer interessant gesprek met de mens achter De Mens: Frank Vander linden.

Dag Frank, een plaat opnemen op 24 uur tijd. Waarom neem jij zo’n beslissing?
In de eerste plaats omdat het een uitdaging is. We wilden iets doen wat we nog niet hadden gedaan. En we hadden gewoon het gevoel dat we dit moesten doen. Een band die al 25 jaar live-optredens geeft en daar ook nog eens een groot belang aan hecht, moest dit gewoon doen. En ik denk ook dat we het kunnen. Let op, dit is geen liveplaat, want het zijn allemaal nieuwe nummers. Het betekent wel dat we heel snel beslissingen zullen moeten nemen, en dat er geen tijd is om aan details te werken. Dat is toch verschillend met wat we op onze vorige 11 albums hebben gedaan. Nu gaan we dus proberen om het proces om te keren. De songs opnemen terwijl ze nog vers zijn, zodat ze nog het vuur bevatten van het moment dat ze geschreven zijn. Songs die nog niet plat gespeeld zijn, maar nog alle passie bezitten. Het is ook een sport. Kunnen we het of niet? Maar goed, daar maak ik mij geen zorgen om. De essentie is dat ik gewoon een plaat wil zoals die in de jaren50 of 60 tot stand kwam. It’s Over van Roy Orbinson of platen van Elvis zijn ook zo gemaakt, en je kan daar het moment van overconcentratie zowel bij de muzikant als bij de geluidstechnieker perfect in terug horen.
Nu is dat door het gebruik van een computer helemaal anders, en je kan alles op gelijk welk punt nog wijzigen. Dat gebeurt overal, ook buiten de muziek. Dat heeft zijn waarde, vind ik, maar het omgekeerde moet ook nog kunnen.

Is deze plaat dan het punkmoment van De Mens?
Ja en neen. Neen, omdat heel wat punkplaten niet op zo’n manier tot stand zijn gekomen, er is achteraf heel wat aan gesleuteld. Voor mij gaat het meer om het aanvaarden van het ruwe, de spanning van het moment. Kijk, ik zie het meer als rock ’n roll dan punk. Rock ’n roll betekent voor mij improvisatie, doen met de middelen die je op dat moment hebt. De beste jazzplaten zijn ook momentopnames.

Als ik aan De Mens denk, heb ik meteen de indruk dat jij de gouden formule van een popsong kent…
Als ik dat zou weten, dan had ik er minstens twee of drie keer zo veel gemaakt. Ik zou er flessen vol van gemaakt hebben (lacht). Neen, hoe zo’n three minute perfect popsong moet klinken? Een catchy intro, zonder meer. Zonder veel te veel omwegen bij het refrein komen. En het moet meer zijn dan eerst een vers en daarna het refrein. Bij onze nieuwe plaat is dat ook volledig anders ingecalculeerd. We moeten zien dat de songs vanaf het eerste moment goed zijn.

De Mens bestaat 25 jaar. Wat is het verschil tussen vroeger en nu?
De manier waarop muziek gemaakt wordt is veranderd. Kijk gewoon eens naar de bands die vroeger in de Rock Rally zaten. Dat was bijna altijd een groep van 4 mensen met daartussen een zanger die zijn ding deed, en vaak wisten de muzikanten niet waarover die zanger het had of wat hij deed. De muziek  ontstond  in repetitiekoten en pas  in de studio besefte iedereen min of meer waar de zanger over zong.   Nu heb je bands van vijf of zes mensen, jongens en meisjes door elkaar, en ze zijn meer bij het geheel betrokken. De muziek van nu is ook in meer verschillende lagen opgenomen. Dat is uiteraard de verdienste van de computer, maar het is ook een gezondere manier van muziek maken, zelfs wat minder seksistisch. Je merkt nu hoeveel mannelijke zangers met een falsetto zingen, de gender is vandaag een veel minder belangrijke issue geworden. Ik vind dat een positieve evolutie, maar ik bedenk ook dat muziek vooral opwindend en ontroerend moet zijn, en het is de kunst om dat in die nieuwe muziek te krijgen.  In de Belpopjaren in de jaren 80 is er veel tot stand gekomen door onwetendheid, dat heeft zijn charme en waarde. Maar algemeen gesproken  zijn het nu meer interessante tijden.
Een van mijn huidige favorieten zijn de Equal Idiots. Punk, maar die effecten op de stem en de gitaar maken het zeer fris. Ik hoop wel dat men ze voldoende tijd gunt, want tegenwoordig moet alles zeer snel gaan. Te snel. Maar er zit nog veel meer moois aan te komen. Je kan zo veel doen als jonge muzikant, er zijn zoveel leer- en speelmogelijkheden.”

Heel lang geleden was jij ook een muziekjournalist. Lag daardoor de druk niet extra hoger, je weet wel…de muziekjournalist die ook eens een plaat ging maken?
Goh, ik denk dat ik de minst kritische Humo-journalist ooit was. Mensen de grond inboren, ik haatte dat echt. Maar ja, je hebt gelijk. Toen de plaat uitkwam dan waren de messen wel geslepen. Toen onze plaat in de Beursshouwburg werd voorgesteld dan stonden daar 300 mensen waarvan er wellicht 80 uit de mediawereld kwamen. Maar we hadden het geluk dat onze muziek meteen op de radio kwam. Moest ons succes van recensies komen, dan zou dat een heel ander verhaal geweest zijn. Maar ik heb meteen in 1992 ook de beslissing genomen om te stoppen met journalistiek. Die reden was zowel van morele als praktische aard. Ik had het gevoel dat er heel wat in De Mens zat. Vanaf het moment dat de plaat uitkwam zijn we veel beginnen spelen. Ik ben niet muziek beginnen maken als rockjournalist, wel als muziekfanaat. Ik had als rockjournalist wel wat kennis over muziek en ik kon de verbanden leggen, en ik veronderstel dat dit ook wel zijn nut zal gehad hebben, maar nog eens: ik ben een muziekfanaat.

En dan is er het Nederlands. Nooit geen spijt van gehad? Ik bedoel hiermee kon je niet verder dan de Benelux, nooit het gevoel gehad van “oh God, het kon meer zijn”?
Wat is meer? Een zwembad in Los Angeles zat er sowieso niet in. Voor De Mens zat ik nog in een band waarbij ik in het Engels zong, en als ik die opnames nu opnieuw hoor, dan merk ik dat daar geen gevoel in zit. Ik ben daar realistisch in. Zat er meer in? Het had gekund, maar op één of andere manier dan weer niet. Mijn Engels is ok, maar mijn Nederlands is dan weer beter.
Vroeger zaten we regelmatig in de Gentse scène en we waren goed bevriend met Soulwax. We zaten op café en om drie uur ’s nachts vertrok hun tourbus en toen heb ik wel eventjes gedacht: “Ik blijf hier achter.” Geen afgunst hoor, maar gewoon het besef dat wij dat niet konden doen. Maar anderzijds is het zo dat het na twee weken lastig wordt en wij hebben 25 jaar lang ieder weekend een rock ’n roll-weekend in Vlaanderen gehad, dus… Achteraf rijden we naar huis en we zijn ook blij. Weet je, eigenlijk wil ik ook zo’n blonde kuif als Cowboy Henk, maar ik moet me tevreden stellen met wat ik heb!

Iets over je teksten. Ik weet niet wat ik ervan moet denken, maar het is net alsof jij met woorden speelt, en dat ik zelf maar moet uitmaken welke betekenis ik eraan moet geven.
Dat is ideaal. Ik ben geen chansonnier, weet je. Op mijn soloplaten doe ik dat wel af en toe, maar ik heb het graag als je zelf je betekenis kan geven aan de teksten. Ik heb dat gehad met REM of The Smiths waarvan ik een grote fan ben. Ik heb nooit de ambitie gehad om songs te schrijven over de herfstbladeren in het park. Ik ben wel fan van bepaalde poëzie, maar nog meer van rockmuziek. Dichters kunnen wel eens pretentieus denken dat ze kunst maken, en hoewel dat zo is, heeft rock toch meer te bieden: tekst èn muziek. Ik hou gewoon meer van rock dan van dichhkunst. Hier staan tien kasten vol muziek en één plank met poëzie. Dat zegt genoeg!

Kies eens een plaat uit die kast, Frank! Wat is je favoriete plaat aller tijden en waarom?
(Denkt wat na). London Calling van The Clash. Waarom? Het is postpunk en postrock ’n roll. Een punkband die plots ging graven in oude dingen als ska en rock ’n roll. Ik heb de hele tijd met je gesproken over opwinding. Dat is London Calling! Dat is rock ’n roll. Iets in elkaar willen slaan en het dan weer opbouwen. Het gevoel van spanning.

Sorry Frank, maar iedereen die ik interview krijgt deze slotvraag: met wie zou je acht uur in een lift willen zitten en wat zou je dan doen?
Met één van mijn vorige lieven en dan dingen doen doen die ik toen niet deed (schiet in de lach). Neen, ik noem geen namen !

Bedankt Frank. Je staat op Melkrock dit jaar. Wat kunnen we verwachten?
Wel, we zijn een band die graag communicatie heeft met het publiek, we gaan dus niet met onze rug naar hen gaan staan. We gaan muziek brengen uit zo wat al onze periodes, dus oudere dingen en recente oudere dingen, en een nieuw nummer. En dit kan ik je ook verklappen, ik ga op één song meejammen met André Brasseur!

We kijken er ongelooflijk naar uit!

Foto’s : Guy Kokken

DIDIER BECU

Facebook

Website