Projectomschrijving

Wat krijg je als je vijf eigenzinnige rasmuzikanten samen brengt in een sauna? Al sinds hun ontstaan in 2009 is het resultaat een band waarvan de leden geen pintje nodig hebben om rock n roll te zijn, het product een sound waarbij je oren en zenuwbanen tekort komt, en de energie op het podium is eentje waarvan de haartjes op je armen loodrecht omhoog gaan staan.
King Dalton, bestaande uit Pieter en Jonas De Meester, Tomas De Smet, Jorunn Bauweraerts en Fred Heuvinck, beviel op 26 januari van een derde album: The Third.
Aan de titel mag mag duidelijk zijn dat deze koninklijke hoogheden van de alternatieve muziek hun muziek het liefst voor zich laten spreken. Doch, tegendraads als we zijn, stellen we er hier graag een paar vragen bij, in de vaste overtuiging dat achtergrondinformatie bij de muziek de luisterervaring enkel dieper kan maken. Twee dagen nadat het album het levenslicht zag, was het vijftal klaar om de wereld een eerste glimp te gunnen op hun nieuwste spruit en zoals het een royalty betaamt, deden ze dat in stijl, met een optreden in de 7de dag. Wij grepen onze kans, trokken naar Brussel, en mochten aanschuiven bij Pieter en Tomas.

Proficiat met jullie nieuwe album en met jullie optreden hier in de 7de dag! Is dit het eerste optreden met de nieuwe nummers?
Pieter: In feite wel, ja! Ha, dit is officieel ons eerste optreden met de nieuwe cd!

Uit de summiere informatie in verband met het wordingsproces van dit album, heb ik onthouden dat Pieter de aanzet van de nummers schreef tijdens zijn tour met Stavroz en jullie voor de afwerking telkens gedurende 2 à 3 dagen met de hele band de studio indoken. Dat lijkt me een heel ander proces dan bij de oude nummers die veel meer organisch groeiden?
Tomas: Dit productieproces is ook heel organisch verlopen, hoor. De nummers zijn weliswaar opgenomen in een aantal episodes waarbij we telkens een paar dagen aan een tweetal nummers werkten, en dat zo’n zes keer, maar daarbij vertrokken we bij elk nummer echt nog van een schets. Die schets begonnen we dan samen te bewerken en in feite zijn we met heel veel eerste ideeën verder gegaan. Dit album bevat aardig wat one-takes.
Pieter: Dat is inderdaad wel een heel andere werkwijze dan bij Thilda, waarbij we weken aan een stuk samen nummers schreven voor we begonnen met opnemen. Daar hadden we nu geen tijd voor. Onze levens blijven ook evolueren, hé, en we zijn allemaal nog met andere projecten bezig. Mijn agenda zal deze keer wel het meest beperkingen hebben opgelegd omdat ik aan het toeren was met Stavroz.

Niet alleen het productieproces is heel anders verlopen dan bij Thilda, in de stijl van de nummers  meen ik toch ook ook een hele evolutie te horen ten opzichte van jullie vorige albums. Is dit ook te wijten aan het verschillende productieproces?
Tomas: Ook dat is organisch zo gegroeid. We blijven allemaal evolueren, als mens en als muzikant, en ook de onderlinge relaties blijven veranderen. Dat is niet altijd gemakkelijk maar daardoor blijft het ook interessant.
Pieter: Het kan niet anders dan dat al die evoluties invloed hebben op onze sound, maar het is niet zo dat we er bewust voor kiezen om een bepaalde weg in te slaan.

Komt die veelheid aan invloeden ook voort uit de andere muzikale projecten waarmee jullie bezig zijn? Jullie worden daardoor wel eens beschreven als een ‘supergroep’…
Tomas: We zijn inderdaad allemaal met heel veel verschillende dingen bezig. Als je in België wil kunnen leven van je muziek, kan dat ook niet anders.
Pieter: Maar met die verschillende projecten, kunnen we wel leven van onze muziek. We voelen ons bevoorrecht!
Tomas: Het is daarbij ook niet zo dat het ene project belangrijker is dan het andere. Wat het meest op de voorgrond staat, verschilt van periode tot periode en is op dat moment ook nog eens bij iedereen anders.

Al die invloeden vertalen zich ook in de eclectische sound waar jullie echt bekend voor staan. Spelen daarin, behalve jullie andere projecten, nog andere factoren mee?
Tomas: We zijn minstens zo hard beïnvloed door het heel diverse rmuziekrepertoire waar we naar luisteren, en daarbij zijn we heel open minded en laten we ons ook sterk beïnvloeden door elkaar.
Pieter: Wij denken niet in muziekstijlen. Er zijn geen muziekstijlen. Of eigenlijk zijn er maar twee stijlen van muziek: goede en slechte (lacht).
Tomas: Wat ook heel interessant is, is dat je ook het generatieverschil voelt in waar we naar luisteren. Zo ben ik bijvoorbeeld altijd al geïnspireerd geweest door Latin Playboys, die mix van elektronica en organica is heel tof, en leerde Pieter ons dan weer Daniel Norgren kennen…
Pieter:waardoor ik wat meer elektrische gitaar ben gaan spelen! Zo blijven we mekaar beïnvloeden.
Tomas: Jorunn is dan weer meer de King Dalton-kern. Het is trouwens mooi meegenomen om een vrouw in de band hebben!
Pieter: Het is al heel tof om er een vrouwenstem bij te hebben, en bovendien brengt het een extra energie in de band.
Tomas: Wat vrouwelijke energie te midden van alle testosteron (lacht). Dat brengt toch wat evenwicht in de groep.

Om het even over de zang te hebben: Pieter, nog zo’n bijzonder kenmerk van King Dalton is inderdaad de heel bijzondere samenzang tussen jou en Jorunn, die minder klinkt als een harmonie dan wel als een vocale tango…
Pieter: Dat vind ik een heel goed beschrijving. Jorunns stem past heel goed bij de mijne die van nature vrij hoog is, en Jorunn is echt heel goed in tweede en derde stemmetjes. Dat gaat spontaan en heel vlot, we oefenen dat niet, dat komt er gewoon zo uit. Op ons nieuwe album zingen we nu ook vierstemmig en het is heel fijn dat dat lukt. Zo samen zingen geeft echt een goed gevoel!
Tomas: Het is bovendien niet evident dat muzikanten ook zingen, het lukt niet iedereen om tegelijk te zingen en een instrument te bespelen.

Nog een verschil met jullie oudere werk, is dat dit album een veel metaligere klank heeft dan de vorige, vind ik. Herkennen jullie dat?
Pieter: Dat komt wellicht doordat er meer elektrische gitaar in zit en daarnaast is dit de invloed van Jan de Ryck vermoed ik…
Tomas: Voordien werkten we met Jo Volckerijk als mixer en dat werkte heel goed, maar deze keer wilden we iets anders. Dat werd dus Jan De Ryck, die ook al met Selah Sue had samengewerkt. Het idee was om het écht uit handen te geven maar dat lukte natuurlijk niet helemaal (lacht), toen puntje bij paaltje kwam, hadden we toch weer de neiging om ernaast te gaan zitten. Maar toch, Jan heeft een grote stempel gedrukt en echt een goeie job gedaan en daarom vermelden we hem graag als deel van het proces.

Ik begin er eigenlijk niet graag over, maar ik kan moeilijk anders want ook de aankondiging van het nieuwe album was wel heel opvallend. Frases die elke keer terugkwamen, waren “bloed, zweet en tranen”, “niet zonder slag of stoot” en zelfs “The Last Waltz”. Klinkt onheilspellend, moeten we ons zorgen maken over het voortbestaan van King Dalton?
Pieter: Tja, we willen er niet te veel op focussen, want King Dalton gaat over onze muziek en niet over onze persoonlijkheden. Maar het is natuurlijk wel zo dat we met vijf mensen zijn die ieder uitgesproken ideeën hebben, die allemaal écht muziek kunnen spelen en we er allemaal écht het beste willen uithalen dat erin zit. Dan is het logisch dat er wel eens geredetwist wordt, zelfs over een sol of een sol kruis (lacht) maar dat maakt het juist interessant.
Tomas: Dat botst, dat is heftig, maar dat kan ook, want we kennen elkaar al zo lang, we hebben een soort LAT-relatie met zijn vijven (lacht). Elk creatieproces gaat gepaard met spanning, dat is eigen aan creëren, en wij zijn dan nog eens een échte band. Die worden trouwens steeds zeldzamer.

Geen spanningen met blijvende impact dus? Of toch?
Pieter: We zullen niet beweren dat er helemaal nooit over een ‘laatste keer’ gesproken is, maar er staat in elk geval niets vast en het heeft vooral te maken met onze drukke agenda’s. Dit album had eigenlijk in 2017 moeten verschijnen en was al wat uitgesteld om iedereen wat ruimte te geven. Maar om liveshows te kunnen spelen, heb je nieuwe nummers nodig en spelen is wat we willen doen!
Tomas: We hebben er echt zin in!

Zonder jullie op de sofa te willen leggen, wil ik het toch ook graag even over de teksten hebben. Die waren altijd al vrij poëtisch maar de nieuwe teksten zijn nog minder verhalend dan deze van de oude nummers. De teksten van de nieuwe songs zijn echt kleine stukjes poëzie waarin alliteratie niet zelden een belangrijke rol speelt…
Pieter: De tekst is wat ik het minst kan inplannen. Wanneer en wat ik schrijf, heb ik echt niet in de hand, ik schrijf neer wat er toevallig uitkomt. Nu, tijdens het productieproces voegen anderen ook dingen toe. Aan Velvet Highway bijvoorbeeld heeft Tomas het refrein  geschreven en heeft Jorunn de zinnetjes aan het einde eraan toegevoegd.

De zinnetjes die iets scherps toevoegen aan wat op het eerste zicht een warme road song leek! Zo zit er aan elk nummer wel een heel donker kantje…, een bewuste keuze?
Pieter: Ergens wel. We houden er niet van om de donkere kant van het leven weg te drukken. Dat is ongezond, wat je wegdrukt komt toch via andere wegen naar boven. “Laat de duisternis eruit komen”, is ons motto. Nummers die plaats geven aan de duisternis kunnen ook steun geven aan anderen die daardoor ervaren dat ze niet alleen zijn met dat gevoel. We denken dat het voor elke mens belangrijk is om bij je kern te kunnen blijven en ook de duisternis maakt deel uit van je kern.
Tomas: De dood is daarvan zo’n typisch voorbeeld, vooral dan het lichamelijke aspect van de dood lijkt heel hard te moeten worden weggedrukt…

Het zijn bovendien moeilijke tijden om dicht bij je kern te blijven.
Pieter: Dat is zeker zo, dat valt me altijd op in de metro. Daar zie je het letterlijk gebeuren: Alles gaat zo snel en iedereen moet altijd maar mee vooruit. Terwijl in de kern ieder van ons een zoekende mens is.
Tomas: Dat zie je ook in de band, we zijn allemaal zoekende mensen. En iedereen zit op verschillende momenten dan nog in een verschillende levensfase, dat maakt het ook spannend.

Het is bijna symbolisch, en dus ook mooi, dat we dit gesprek voeren met in de achtergrond een uitzending van de 7de dag, waarin het gaat over onderwerpen die in essentie symptomen zijn van die complexe wereld.
Tomas: Da’s ook typisch, er wordt altijd maar op symptomen gewerkt in plaats van op de oorzaak, in de geneeskunde zie je dat ook. Terwijl je maar echt iets kan verbeteren door naar de oorzaken te kijken.

Muziek en andere kunstvormen kunnen een belangrijke rol spelen in mensen attent maken op dit soort thema’s, louter door ze aan te raken. Vinden jullie het belangrijk om die rol te vervullen?
Pieter: Ja, toch wel. Belangrijk is om, ook via de muziek, te mogen blijven vragen stellen, zonder de taak te hebben om ook antwoorden te geven. We willen dus blijven vragen stellen. Want de dag dat je geen vragen meer kan stellen, is het verloren.

Ik hoop dat jullie ook met King Dalton nog heel lang op deze welluidende en unieke manier vragen blijven stellen, heren. Ik dank jullie voor dit gesprek!

ANJA JACOBS

Rumoer!

Website

Facebook

WasteMyRecords