Projectomschrijving

TJENS MATIC Sint-Niklaas, De Casino 01/12/2017

Tjens Matic. Wat is dat nu? De uitgelezen (wellicht laatste) kans voor mensen die nooit TC Matic hebben gezien die de klassiekers toch eens live willen horen, of gaat het om fans die op zoek zijn naar verloren melancholie? Waarschijnlijk weet Arno Hintjens het antwoord hierop zelf niet. Samen met Laurens Smagghe, Mirko Banovic en Bruno Fevery stampte hij Tjens Matic uit de grond. Dit maar om te zeggen dat het enige lid uit TC Matic en Tjens-Couter Arno zelve is. In een recordtempo schuimde de Oostendenaar alle festivals en Belgische zalen af, en verkocht ze uit. Ook De Casino in Sint-Niklaas.

De fans van Arno worden er niet jonger op, wat zich vertaalde in de lauwe sfeer waarmee dit (bij momenten straffe) concert werd gespeeld. Dat is iets wat die Arno zelf ook weet. De anarchie zit er bij hem nog steeds in, maar hij beseft maar al te goed dat hij rock ’n roll brengt voor een generatie die de rock heeft ingeruild voor een Cola Zero. Niet onze woorden, de zijne, en om zijn cynisme bij te treden: tegenwoordig vind je meer rock ’n roll in een coiffeurszaak. “Maar bedankt dat ge allemaal betaald hebt”, lachte de legende zin fans toe. Gekke bekken trekken, de obligatoire hits spelen en een paar keer godverdomme zeggen en de fans zijn gelukkig. Bij ons mag het best wat meer zijn, en dat was ook zo in Sint-Niklaas, alleen doodszonde dat dit voor het publiek bijzaak was…

Als Arno zijn keukenmixer boven haalt, weet je dat hij met Being Somebody Else zal beginnen. Doet hij altijd met Tjens Matic overigens. Lekker rommelig, TC Matic was ook nooit afgelikt en het is daarom dat ze groot zijn geworden. Muziek die mijlenver afstaat van de meebrullers waarmee Arno zijn Vlaanderen heeft plat gekregen.

Hintjens zonder Feys aan zijn zijde, en dus klinken de TC Matic-songs wat minder heroïsch, maar wel rauwer zoals in Cook Me uit het toch wat vergeten Yé Yé-album. Met Milk Cow werd voor het eerst het Tjens Couter-materiaal aangepakt en haalde hij zijn vertrouwde mondharmonica boven. Op een stoel stond een fles rode wijn, maar die bleef in de stad van de Sint onaangeroerd.

Fleurs pour mémé. Fleurs pour pépé. Fleurs pour Pélé, Yéyé. Je moet er maar op komen, maar toch blijft die oerkreet uit Que Pasa na al die jaren nog steeds overeind staan, net als Living On My Instinct (die ratata!) , het altijd geweldige Middle Class And Blue Eyes of het nijdig, alleszeggende, No Job No Rock.

Le Java klonk briljant, al was het maar voor die rozen voor Sandra. “’t Zijn allemaal oude liedjes” mompelde Hintjes en zette het Belgische anthem par excellence in: Viva Boema, patatten met saucissen. Een lyrisch wonder was hij nooit, maar je onthoudt zijn woorden wel!

Gimme What I Need, nog zo’n oudje. Volgens Arno geschreven in Londen voor de coiffeur van Mireille Mathieu, de dame met het peniskapsel dixit Hintjes. Veel moet je niet geloven van Arno zegt, maar wat hij zegt blijft wel hangen. Na het onverwoestbare Arrividerci Solo was het tijd voor de nieuwe single Middle Finger dieergens volgende week op een 45-toerenplaate verschijnt. Voor wie het vergeten zou zijn, Hintjes herinnerde er ons aan dat dat iets zwart is met een gat in het midden.

Forget The Best, Take The Rest is zonder enige twijfel de meest poppy song die Arno ooit heeft geschreven, ook gisteren weerklonk dat zo, hoewel natuurlijk iedereen zat te wachten op Oh La La La. Hoewel, het publiek bleef ontzettend kalm en het was pas na afloop van de song dat Arno er als een dirigent feilloos in slaagde om het volk de beroemde slogan te laten meebrullen. “Ik zeg altijd, we zijn lelijk, maar we amuseren ons”. Heel juist opgemerkt Arno!

Een liedje uit Arnos indrukwekkende solocarrière Meet The Freaks uit Give Me the Gift volgde en dan kon iedereen het zinnetje meezingen waarop ze anderhalf uur hadden gewacht, juist, ‘k kan nen kleinte, maar ’t schiet verre…

Arno verliet de scène en kwam uiteraard nog eens terug voor Femme Femme en de gedroomde afsluiter Bye Bye Till The Next Time. Over het optreden kan je maar weinig verkeerds zeggen, Arno weet zoals altijd wat hem te doen staat, maar le plus beau had in Sint-Niklaas echt wel wat meer rock ’n roll verdiend.

DIDIER BECU