Projectomschrijving

WE ARE OPEN – Antwerpen, Trix (10/02/2018)

Hoera! Het was weer tijd voor We Are Open, onze favoriete afspraak met jong talent in het voorjaar in het Antwerpse Trix. Kort door de bocht gesteld was vrijdag de dag voor hiphop en elektronica-liefhebbers en zaterdag een moment van verzamelen voor fans van de gitaar.

Want ho, wat ging het er stevig aan toe. Wie een oog wierp op de affiche, wist dat oordopjes aangewezen zouden zijn.

Beginnen deden we bij Catbug, winnares van De Zes en eerder vi.be tip op deze pagina’s. Paulien Rondou betrad timide het podium van Trix Café met enkel haar gitaar. Het was een quasi ontroerend tafereel: gitaarzak op het podium, capo op 4 en flinterdunne songs die evenwel diep doordringen. De jongedame meende wat ze deed en hield zo de aandacht van het publiek erbij. Een schuchter lachje na een stevig applaus, een vertrokken gezicht als ze een hoge noot net niet haalde, Catbug mag dan onervaren zijn, maar talent laat zich daardoor niet vermommen. Het was heerlijk melancholisch luisteren naar de interessante teksten die Rondou steeds het clichématige singer-songwriterniveau doet ontstijgen. Een bloedmooie vibrato zet haar porseleinen songs net dat tikje kracht bij dat nodig is. Straf.
Wereldberoemd zal deze jongedame nooit worden, daar is ze te authentiek voor, en dat is maar goed ook.

We repten ons vervolgens naar Shht. De hype van het moment speelde een set die even hilarisch als geniaal was. We kregen een loeihard Don’t Care, meerstemmige samenzang met autotune, knipoogjes naar The Beatles en zowaar een quasi-spiritueel momentje vlak voor Shht hun cover van Bohemian Rhapsody inzette. Die cover van Queen vat misschien wel samen wat Shht eigenlijk is: onwaarschijnlijk eigenzinnig, absurd, bij momenten snoeihard en altijd met de nodige humor. “Wie leidt er een oppervlakkig leven?” vroeg frontman Michiel, zelf fier zijn hand de licht instekend.
Opvallend was wel dat niet heel de Trix Club meeging in de show van de band (wellicht eigen aan het format van een showcasefestival) en zo bleef alles relatief gecontroleerd. Geen exuberante toestanden dus deze keer, maar wel een bevestiging dat Shht live bij de beste bands van België hoort.

Dirk. dan. Wie Album al gehoord heeft, wist dat live de band echt zou gaan ontploffen. En ja hoor, hoewel er wat lege plekken waren in de grote zaal van Trix, overtuigde dirk. met beukende drums, gouden melodietjes (echt waar!) en wat grapjes van frontman Jelle Denturck ertussenin. Over de portefeuille van zijn publiek veroveren bijvoorbeeld, en voor we het wisten zat de zaal luidkeels en kattenvals (zoals gevraagd door Denturck) ““I only hate myself when I fuck things up/And I fuck things up all the time” mee te brullen. Dan weet je dat je show geslaagd is. Echt iets voor Pukkelpop, dachten we op het einde. Eppo?

Na een pintpauze schoven we aan bij Dieter von Deurne & The Politics in Trix Café. Onmiddellijk viel het enorme spelplezier op van Dieter Sermeus en co. Enthousiast als jonge snaken serveerden ze hun ninetiesrock okselfris. Hen wegzetten als clichématig en achterhaald is onzin, daarvoor zijn de songs van Dieter van Deurne & The Politics melodieus veel te sterk. Een halfuurtje zorgeloos overgeven aan de betrouwbare machine die de band is, was welgekomen. Enig minpuntje: op het einde werd de sound een beetje een geluidsbrij, waardoor de melodie wat verdween. De punten waren evenwel al lang uitgedeeld.

Wat gas terugnemen deden we bij Tin Fingers in de Club. Daarvoor moesten we helaas Onmens skippen, maar de afwisseling die de ex-winnaar van De Zes zou bieden ten opzichte van het gitaargeweld dat we al hadden gehad, overhaalde ons. Opvallend veel jong volk vulde de Club voor de komst van de intelligente indiepop van Felix Machtelinckx en co. We zagen de band vorige zomer aan het werk in de Charlatan tijdens de Gentse Feesten en merkten dat Tin Fingers live iets steviger was geworden. De poppy refreinen gingen er zoetjes in in Trix. Niet echt de meug van onderstaande evenwel, maar een popsong schrijven is een bewonderenswaardige ambacht. Een charismatische frontman doet dan de rest en door de interessante strofes en tussenstukjes, blijft Tin Fingers wel weg van de oninteressante, hapklare en gesuikerde pop.

Afsluiter was Raketkanon. Deze band voorstellen zou ongepast zijn en voor wie er nog aan zou twijfelen, ook deze keer was hun liveshow verwoestend sterk en dus kunnen we daar kort over zijn. Iedereen die nog een restje energie had na twee dagen vol Belgische muziek, werd als afsluiter nog eens getrakteerd op epische apotheose. Al snel zagen we Pieter-Paul Devos door het publiek crowdsurfen, een moshpit ontstaan en onszelf ‘hoogtepunt’ noteren. Matias De Craene (Nordmann) kwam tussendoor ook nog even sax spelen en in de bisronde kreeg de band nog gezelschap van Sigfried Burroughs (Onmens, Kapitan Korsakov). ‘Waanzin’, noteerden we voor we ons helemaal overgaven aan de woeste uithalen van Raketkanon. Amen.

We Are Open was een groot succes en alweer een bewijs dat onze Belgische scène onwaarschijnlijk sterk is. Omvergeblazen keerden we huiswaarts, een welverdiende tinnitus deerde ’s nachts de pret niet.