Projectomschrijving

Ontwaken op de tweede dag van Dranouter deden we met de intimistische breekbare muziek van Linde. Nog geen grote naam, maar dat gaat niet lang duren. Bij Het Depot in Leuven weten ze dat ook al, want daar bombardeerden ze haar als artist in residence. Eerder dit jaar bracht ze een ep uit die een aantal uitheemse liedjesnamen bevat als Shagai of Kongurai. Zoekend naar muziek die bij haar stem hoort, kwam ze uit bij de Mongoolse traditie. Meer “folky” kan je het niet bedenken. Maar vergis u niet,  deze muziek is niet zomaar onder het label folk te klasseren. Als je Linde hoort praten lijkt het een klein verlegen vogeltje, maar eenmaal ze begint te zingen blijkt het iemand te zijn met het stemvolume van een leeuw. Intelligente teksten die ze combineert met gitaarklanken met effecten zodat er een magisch geluidsbehang ontstaat. Het ging door merg en been. Eén woord: indrukwekkend.

Sons Of Townhall. Dit duo (een Brit en een Amerikaan) brengt zeemansliederen in Victoriaanse stijl én outfit. Een soort auditieve “steampunk” dus. Super aan hun act is dat ze door de perfecte samenzang en enthousiasme ontroeren met een lach en een traan. Het volledige aanwezige publiek zong enthousiast mee. Mijnheer pastoor zal ongetwijfeld jaloers geweest zijn bij het aanhoren van zoveel samenzang in zijn kerk.

Cafe t’Folk met het buskerpodium was de dag ervoor al een hele leuke plek gebleken voor ontdekkingen. De eerste aan de beurt was ene Simon Cornelis uit Gent. Simon speelt akoestische gitaar, helemaal alleen. Hij werkte onder meer samen met Biezen. Zijn nummers zijn bluesy en melancholisch, ondersteund door een akoestische en elektrische gitaar. Die ochtend had je er erg veel randgeluiden in het café, maar Simon speelde daar assertief op in. Afsluiten deed hij met Black van Pearl Jam, één van zijn persoonlijke helden. Dat is steeds een risico, maar het lukte zeer goed. Met onze ogen dicht waren we even terug op Werchter eerder deze zomer.

In Kayam was de eerste grote naam van de dag Les Negresses Vertes. In 1992, op het toppunt van hun carrière stonden ze hier ook al eens en toen was het een geweldig feestje dat ze dit jaar heel graag hadden overgedaan. En om een open deur in te trappen.. dat deden ze én met verve. Opvallend was dat ze in die jaren veel verouderd zijn. Wij wellicht ook, maar het goede nieuws was dat ze niets maar dan ook geen sikkepit, van hun energie verloren hebben. Vanaf de eerste kreten van Voilà L’été ging de vlam in de pan. Overal werd gedanst en gesprongen. Het was opnieuw een zeer warme dag, dus dat resulteerde in diepe okselvijvers, mannen met blinkende blote torsos en vrouwen die verkoeling zochten door vloeistoffen over hun hoofd te kieperen. Ademruimte kregen we niet, want het verlies van de frontman hebben ze opgevangen door een beurtrol. Elk liedje werd door een ander groepslid gezongen.  Aan een rotvaart kwamen alle bekende en onbekende liedjes voorbij. Sous Le Soleil De Bodega, Zobi La Mouche, bekend of niet, er werd meegezongen en gedanst. Blijven stilstaan was geen optie.

Afkoeling na al die energie vonden we in De Voute bij het optreden van Broeder Dieleman. Dieleman maakt kleinkunstluisterliedjes over het dagelijkse buitenleven. Dat klinkt niet spannend en is ook helemaal niet de bedoeling.  Het is vooral zeer rustgevende, bijna meditatieve muziek waarbij je alle stress kan vergeten. De liedjes zijn gezongen in het Zeeuws-Vlaams. De onderwerpen zijn de natuur, het ruisen van de wind, het buitenleven. Bij de start van het optreden zat de tent nog afgeladen vol, maar gaandeweg druppelde ze weg. Eén bank vertrok integraal toen aangekondigd werd dat het volgende liedje over Jezus zou gaan. Het gaf een idee dat dit parels voor de zwijnen waren. Broeder Dieleman bedankte de toehoorders die wel waren blijven zitten en verwende ons met Onze Lieve Vrouwe De Polder en Uut De Bronne. 

In de club vonden we wel een wel een publiek dat bleef zitten en dat was voor Eriksson Delcroix. Het was evenwel niet duidelijk of ze bleven zitten of gewoon in slaap waren gedommeld. Het aanwezige zittende publiek was zich precies vooral aan het verbergen tegen de hitte van de zon. Ok, er werd beleefd geapplaudisseerd, maar meer ook niet. Graag willen we dit eens in een zaaltje met aangepaste temperatuur zien, want in deze hete club was het slaapverwekkend

Op het Kayam-podium was er Absynthe Minded maar we wilden absoluut op tijd in de Kerk zijn voor Frank Vander Linden Vroeg aanschuiven bleek geen luxe, want terwijl we Absynth Minded My Heroics hoorden zingen groeide de rij voor Frank aan de kerk alsmaar aan.

Velen hadden blijkbaar gehoopt om een jukebox van De Mens te krijgen maar dat was het natuurlijk niet. De nieuwe soloplaat is een zeer persoonlijke en het decor van de Kerk past daar heerlijk bij. Wat volgde was één van de mooiste optredens van het jaar : enorm persoonlijk , en depri ja dat ook. Maar dit was met zoveel gevoel gebracht dat we er emotioneel van werden. Draag Het Als Een Man, Trotse Pijn, Angst (met teksten van Herman Brusselmans), Zonder Verlangen…  De titels maken duidelijk dat deze plaat voor Frank een soort catharsis veroorzaakt. Halfweg kondigde hij het verzoekmomentje aan en dat resulteerde in 2 liedjes: Je Bent Niets (een liedje dat Frank schreef voor Clouseau) en Ergens Onderweg. Hét kippenvelmoment was wanneer hij Irene zong, volledig a capella en middenin het publiek. Zo was er ook een oplossing voor dat meezingnummer. De sfeer was die van een kampvuur met de scouts.

Na Frank Vander Linden waren er nog twee afsluiters: eerst Selah Sue en daarna om middernacht GOGO Bordello. Voor Selah Sue waren we een beetje te laat, omdat Frank nog wat extra bissen had gegeven. Na Selah Sue was de uittocht al ingezet. Veel senioren met zeteltjes onder de arm en gezinnen met bolderkarren verdwenen van het terrein. Maar de kenners en de dronkenlappen verzamelden zich een laatste keer die zaterdag voor Gogo Bordello. Deze gipsy punkband voert natuurlijk al jaren hetzelfde toneeltje op. Als je ze al eens zag weet je dat je best niet op de eerste rijen staat als ze Wearing Purple inzetten. Maar dat recept blijft werken en de tent en wij gingen (met hun) uit ons dak. Heerlijke afsluiter.

Foto copyright : Jan Van Hecke