Projectomschrijving

DUNKFESTIVAL, Zottegem 11 + 12/05/2018

Wyatt E.

De eerste band die we op dag 2 gingen bekijken was Wyatt E. Dit trio verborg hoofd en lijf achter sluiers- en boerkagewaden zodat we niet écht wisten wie er aan het spelen was. Maar dat deed er eigenlijk ook niet toe. Het eerste waar we aan dachten was aan die andere band van vorig jaar die anoniem bleef en Oosterse stonerdeuntjes speelde: Briqueville.

Dit was precies een uitgedunde versie daar van – maar je kon er weliswaar wél nog oogcontact mee maken – en vergeleken met de rijke kledijlagen van Briqueville stonden deze jongens zo goed als poedelnaakt op dat bospodium.
Nog voor we goed en wel onze eerste observaties mentaal konden opslaan, hadden ze ons al mee de (toch niet zo) stille nacht in op hun vliegend tapijt. De riffs waren alles wat ze moesten zijn. Het tapijt vloog voornamelijk dezelfde richting uit zonder al te veel variëren, maar als ze eens een kleine afslag namen kwam die altijd op het juiste moment. Deze gordijnmannen zouden nóg beter op dat podium thuis passen, moesten ze even na zonsondergang geprogrammeerd worden. Eén van de wensen die we aan de wensgeest voorlegden was dat het een heel optreden lang authentiek zou blijven klinken, en niet als een bende Belgen die te hard wilde proberen een andere afkomst na te bootsen.

We kunnen u met blij hart vertellen dat die in vervulling ging, en dat we op geen enkel moment dreigden van hun tapijt te vallen. Mogen we de drummer wel vragen iets minder langdurig, intens en over het algemeen psychopathisch die priemende blik op ons te richten tijdens het zware slot? Er is niets mis met soms eens rond te kijken terwijl je speelt!

Au Revoir

Van Au Revoir onthouden we voornamelijk de volgende twee dingen. Ze waren wellicht wel goed, maar konden ons niet bekoren. Het viel niet te ontkennen dat deze Amerikanen het moeilijk hadden met het uitspreken van hun eigen bandnaam.

We vonden hun set in het begin wel wat spannend, want het gewild uitstellen van een orgasme is ook spannend. Maar als later duidelijk wordt dat dat orgasme nooit meer zal komen, dan kan dat op den duur wel enige chagrijnigheid opwekken.

Op andere momenten was het zo een beetje van de hak op de tak. Binnen één en hetzelfde nummer werden er wat uitstapjes gemaakt in interessante richtingen, maar er werd al gauw weer rechtsomkeer gemaakt nog vooraleer er duidelijk was waar we naar toe zouden gaan. We vonden het niet gemakkelijk om er een gezicht op te plakken. Ook al stonden ze daar luid en trots op dat podium te spelen, toch bleven ze  wat braafjes achter een anoniem gordijn hangen.

Soup

In de namiddag werd het tijd om ons te wikkelen in de dampen van het Noorse vijftal Soup.

Ietwat bescheiden kwamen de 5 het podium op en op dat ogenblik was het ons nog niet duidelijk dat de frontman van de band (Erlend Aastad Viken) eigenlijk afgescheiden links in het hoekje met synths en samples stond. Tegen wie het vraagt zullen we het luidkeels brullen: zijn fysieke plaats op het podium was geen symbool voor de muzikale plaats die werd ingenomen door zijn zang.

Zelfs mijn vriendin was het ganse optreden in stil- en dankbare modus. Laat mij u vertellen dat dat op zich al een half wonder is. Maar ze had gelijk. Als hij zijn mond open deed was het goed, en een falsettotje, hier en daar, op de juiste plek werd niet geschuwd maar wel met glans uitgevoerd. Welke andere artiest op dit festival kan dat beweren?

Enfin, mede dankzij die zanglijnen die -letterlijk gezien dan- niet in de spotlight stonden, slaagden deze kerels er in zich te onderscheiden van de rest. Niet dat dat wilt zeggen dat er in het wilde weg perfect werd op- en neergedaald langs complexe toonladders om op brutale manier vakmanschap in ons keel te rammen. Integendeel: Soup beheerste de kunst van zichzelf te transformeren tot slaven die het collectieve geheel van het nummer dienden. Het vakmanschap bleek uit de controle en finesse van wat ze speelden en hoe ze het speelden. Ondanks de bandnaam maakten ze er allesbehalve een soep van (excuses voor de slappe pun, maar ik moest er iets mee doen).

Technisch gezien was het niets al te spectaculairs, maar aan de schoonheid er van viel niet te ontsnappen. De muziek was één van de kalmere en mogelijks de meest progressieve op de affiche. Ze brachten een handvol magische liedjes waaronder het prachtige Sleepers van hun laatste plaat Remedies. Wie zich graag wilt verdiepen in de kunst om een nummer van 12 minuten boeiend en gevarieerd te houden -met juiste wendingen op de juiste momenten-, die had er bij moeten zijn. We konden niet spontaan aan artiesten denken die in dezelfde vijver zwemmen als Soup. Ze hebben hun eigen atmosferisch zwembad gebouwd en geven daarbij een licht knipoogje naar Pink Floyd, Porcupine Tree of Radiohead.

Moesten we de naam van de headhunter van dienst bij DUNK kennen, dan zouden we die opsporen, stalken en ten slotte persoonlijk bedanken, want die heeft er voor gezorgd dat deze band -met weinig tot geen reputatie in de post-rock/metal wereld- gevonden werd, naar Zottegem werd gesleurd en speciaal voor ons op dat podium werd gezet zodat wij tegen jan en alleman kunnen stoefen over wat voor een unieke parel we nu toch weer ontdekt hebben.

Grails

Grails is zo een band die hun eigen taal heeft uitgevonden en met alle gemak over genregrenzen heen kijkt. Het leek alsof ze voor dit optreden puur op willekeur nummers uit hun rijkelijk oeuvre plukten. Deze werkwijze zou voor vele bands een ramp betekenen live, maar niet voor deze rakkers. Op het moment dat we dit schrijven zijn we nog steeds aan het nagenieten van de oogst die ze bij elkaar geplukt hebben. Wel wat jammer dat ze niet hoger op de affiche stonden. Dat plekje in de vooravond maakte dat hun verhaal niet uitverteld was en dat ons gezamenlijk ejaculaat nogal prematuur aanvoelde.

Maar goed, genoeg kommer en kwel: Op de tweede dag naar Grails gaan kijken moet ongeveer zijn wat een wijnkenner voelt als die dag is aangebroken waarop hij de tijd rijp acht om eindelijk van die fles te genieten die hij al het langst bewaart. Die ene fles die hij vol trots als eerste toont aan al zijn jaloerse wijnliefhebber-vriendjes die over de vloer komen. In de tent zagen wij al evenveel maturiteit wanneer een aantal oudere heren sloompjes het podium op kwamen. Dat gezegd zijnde ademde hun muziek als een beest in de fleur van z’n leven en het was nog eens godverdomme frisser dan de muntsmaakafdeling in een Colgate-fabriek. Geen idee van welke planeet de drummer komt maar ik wil er gerust ook eens op bezoek om te zien of het talent een plaatselijk fenomeen is. Bij elk van z’n geschifte fills waande ik me een professionele schansspring-skiër op de Olympische Spelen. Je weet wel, die kerels die – enkel met een paar latten onder zich – minuten lang torenhoog in de lucht zweven en zodoende een stuk of honderd meter verder proberen te landen. Elk van die fills overbrugde – op een heel bevredigende manier – even veel afstand, en ik was nog euforischer wanneer die dan telkens nog eens op de perfecte plaats bleken te landen, om daarna terug lekker verder te grooven.

De andere opa’s speelden intussen van die lekkere gitaarlikjes die ons mentaal wegvoerden tot bij een western met Ennio Morricone-soundtrack. En juist als je dacht dat ze geen tandje meer konden bijschakelen verwisselde iedereen plots van plaats en bleek elk van die grijze deugnieten uitstekend te spelen wat elk van hun collega’s tot op dat moment bespeelde. Diezelfde drummer van daarnet kwam plots eens tonen hoe je een volledig volk verlamd aan het kwijlend gapen krijgt met een gitaarsolo van hier tot ginder. We konden er maar niet genoeg van krijgen. Bij nader inzien is het goed dat ze niet te lang gespeeld hebben of we zouden iedereen ondergekotst hebben met een pak regenboogstralen. Ook voor perfectie is er een limiet die we kunnen verdragen.

 

Radare

Als detective post-rock nog geen genre was, dan bekronen we Radare tot de pioniers ervan. Het was wat jazzy, wat mysterieus, stil, sober en spannend en we voelden ons als een eigenzinnige jaren ’70- detective die ’s nachts Cluedo-gewijs en al kettingrokend op speurtocht gaat naar de seriemoordenaar die al maandenlang de stad treitert.

Na al het luide van de dag was dit exact de soort rust die we nodig hadden. Maar daarom was de sfeer niet minder intens, integendeel. Radare beheerde en surfte op hun sfeer als geen ander, en hadden vertrouwen in elke noot die ze speelden. Het was puur en minimalistisch, en het kon goed zijn dat zij de allereersten waren in de hele geschiedenis van Dunk die zonder hulp van reverb -of/en delaypedalen durfden optreden. Net zoals ervaren doch niet al te pretentieuze dichters verzonnen ze de meest speciale woordjes met maximale impact op ons snaren. We werden er wat ongemakkelijk en stil van, en moesten na afloop compenserend gaan blussen met bier. In het algemeen werd het ons traag, maar zeker duidelijk wat een ongelooflijk sterke line-up we dit jaar mochten aanschouwen.

 

Telepathy

Telepathy verdient 2 prijzen. Enerzijds de prijs voor de zwaarste brutaalste wall of sound en daarnaast verdient de bassist ook nog eens de prijs voor de uitvoering van de wijdste spreidstand op het podium. De benen waren zodanig wijd gespreid tijdens het headbangen dat er praktisch geen ruimte meer bestond tussen podium en teelbal. Op een bepaald moment vreesden we oprecht voor een spontane zelf aangebrachte castratie, moest hij nog dieper gekund hebben.

In ruil voor zo een atletische prestatie wilden we gerust de moeite doen om de letterlijke betekenis van Telepathy op te zoeken. Die luidt als volgt: “Het vermogen tot rechtstreekse overdracht van gedachten en gevoelens en van informatie op afstand zonder gebruik van taal of technische hulpmiddelen. Het wordt wel het zesde zintuig genoemd.” Ere wie eer toekomt, want de Britten hebben hun bandnaam onweerlegbaar aangetoond. Hun pittige deuntjes brachten onze darmflora vanaf het eerste contact serieus op hol. De harde bewijzen liggen nog altijd ergens in dat bos inmiddels te ontbinden. De Gojira-achtige holder-de-bolder snukriffs die ze brachten beukten er flinkjes in en we stonden ze gewillig toe hun gangetje te gaan. Soms is de beste manier om met onbeschaamd geweld om te gaan gewoon ook de manier zonder weerstand. We lieten ons met plezier gijzelen en hadden er geen probleem mee te aanvaarden dat ze ons op Stockholm syndroom-achtige manier hersenspoelden tot dat we helemaal aan hun kant stonden, en gehoorzaam waren aan de riff.

Bij het slotnummer nam de bassist afscheid van Dunk festival met de woorden: “THANK YOU DESERTFEST”. In plaats van hem collectief ter plekke morsdood te stenigen kon het publiek er nog mee lachen, wat nog eens aantoont hoe goed ze er in geslaagd waren om ons om te vormen tot hun bezit.

Huracán

Het Gentse Huracán mocht de slotdag aftrappen en deed dat in oerknalstijl. Ze lieten er geen gras over groeien en wie nog wat wilde bijslapen mocht dat nu wel op z’n buik schrijven. Deze kerels moesten een dik creatief ei kwijt, en de gepeperde omelet die daar uit volgde beviel ons niet al te min.

We zagen drie diverse zangers aan het werk – de éne clean en de ander die screamt – en het totaalplaatje deed ons soms wat aan Mastodon denken (toen ze nog wat jonger en bruter waren). Geenszins betekent dat dat het resulteerde in een té sterk déjà-vu gevoel. Hun zware stonerriffs zijn anders dan andere zware stonerriffs, en maar goed ook wat want we zouden ze niet anders willen.

Los van het feit dat de Huracán ochtendstond schwungde als een motherfucker, en moet gezegd worden dat deze venten live op een podium precies toch tot meer in staat zijn dan wat ze op plaat hebben staan. We hadden ons huiswerk al gedaan vooraf, en zodoende hun lp Realm of Instability er een paar keren doorgedramd. Dat ging er telkens wel lekker in, maar het liet niet zo een krater achter als die dat we nu hadden opgevangen. Doe zo verder jongens!


Russian Circles

Sjonge jonge, hoe vet kan een basgitaar klinken en hoe zalig dik en stuwend kan een baslijn zijn? We konden niet onder stoelen of banken wegsteken dat we een speciale boon hebben voor de heren van Russian Circles. Vanaf de eerste seconde werd duidelijk dat ze die oude vriend zijn die we zo gemist hadden. De roes waarin het trio je onderdompelde was indringend maar moeilijk te plaatsen. Uiteindelijk valt het te vergelijken met die speciale geur die je terugbrengt in de roes van je kindertijd en op één of andere manier een meer dan levendig spoor heeft gebrandmerkt in je hoofd, en waarbij een cluster van gevoel met stengel en al wordt losgewrikt wanneer het eerste stofdeeltje je neus binnenkomt.

Ze brachten ruw barbaarse ritmes en een dreigende sfeer die onophoudelijk overeind bleef, zelfs in de stiltes tussen de nummers door. Die stiltes kwamen overigens goed van pas kwamen om te acclimatiseren aan hun duisternis, en wat te bekomen van elke rake uppercut die ze ons uitdeelden in de donkere tent die ze omgedoopt hadden tot hun grot. En in de grot van deze mannen gelden hun regels. Ze speelden hun set, ze offerden ons hun (niet zo hapklare) brok, gaven ons een glimp van de andere roodgetinte dimensie maar daarna waren ze weer weg. Praatjes maken en bisnummertjes spelen is niet aan hen besteedt. En maar goed ook.

SANDER VERGOTE