Projectomschrijving

Ty Segall zou Ty Segall niet zijn mocht hij niet elk jaar een drietal albums uitbrengen. Zijn Freedom’s Goblin dateert namelijk nog maar van januari. Ook Tim Presley leverde met White Fence onlangs nog een album af. De twee Amerikaanse heren werkten al eens eerder samen, in 2012 verscheen Hair, en ze hebben daar ondertussen de opvolger voor klaarstaan.

Joy telt 15 tracks, waarvan het leeuwendeel ultrakort is en de kaap van de twee minuten niet of nipt haalt. De muziek op Joy mag dan wel hier en daar worden geleid door een in motorolie gedrenkte gitaar, zoals we van Ty Segall gewoon zijn, het zijn de vaak erg aangename melodieën die de hoofdrol spelen. De songs volgen elkaar zo snel op dat het geheel wel een medley lijkt – een trucje waar ook The Beatles niet vies van waren. Zo wordt Joy een rollercoaster van wild mood swings. Die Beatles zijn trouwens opvallend aanwezig in het album, met knipoogjes in zowel de muziek als de teksten. Zo komt er op een zeker moment zelfs een gele onderzeeër voorbij.

Onze favorieten op de plaat? Wel, Body Behavior zit bij de spannendste stukjes rockmuziek die wij in maanden hebben gehoord: eigenwijs, hoekig en vooral gejaagd. Vooruitgeschoven single Good Boy laat ons eerst wat op adem komen maar eindigt in een hoogst opwindende opbouw. Die mondt dan weer uit in Hey Joel, Where You Going With That?, een song die geen moment verveelt – al hebben we daar op dit grillige en tjokvolle album sowieso geen tijd voor. Voor we het weten staan we mee te brullen dat rock dood is, op het haast hysterische uithalen van een dolgedraaide fluit die nog gauw een solomoment krijgt.

In Grin Without Smile wordt beatleske zang bijgestaan door een demonisch samenspel van drum en gitaar. Bij het urgente Other Way krijgen we de hellehond dan weer op bezoek en laten Tim en Ty zich volledig gaan in een boschiaans orgie van razendsnelle en snoeiharde garagepunk. Voor wie de keel schor schreeuwend zijn woonkamer de vernieling in wil trappen. Veel tijd krijgt die daar dan weer niet voor. Met Do Your Hair, prettige samenzang en zwaar op de gitaar, wordt de vaart er nog even ingehouden.

Dan volgt She Is Gold, met zijn vijf minuten met voorsprong het langste nummer op de plaat. Het duo neemt er gevoelig veel gas terug, waarna er toch nog enkele plezierige ontploffinkjes volgen. Het is het meest epische nummer op het album, al behoudt het daarbij wel zijn cool. Geen wildgroei, maar zorgvuldig gemillimeterde chaos. Het zijn de korte nummers die ons alle hoeken van de kamer ingooien. Een haast ondraaglijk scherpe gitaarriff wentelt zich rond het speelse Tommy’s Place, alvorens er in schoonheid wordt afgesloten met My Friend, een knusse song voor bij het haardvuur, met bijzonder warme gitaarmelodie. Daarop volgt dan weer Beginning, want als je het album op repeat zet en in een loop afspeelt, merk je niet eens waar Joy begint en waar de pret eindigt.

Rock is dood in 2018. Laten we dat vieren door deze plaat ad infinitum door onze boxen te laten loeien.