Eerwaarde noorderburen,

“Het toeval is overal en bijna alles is toeval”, aldus sprak Klaas Landsman, mathematisch natuurkundige, wanneer hij het op Radio 1 (uitzending van 31 maart 2018) had over het bizarre toeval dat Stephen Hawking geboren werd op dezelfde dag als Albert Einstein en stierf op dezelfde dag als Galileo Galilei. Het moet dan ook wel een coïncidentie zijn dat ik tijdens het Nederlandse festival Down The Rabbit Hole, geheel toevallig, aan de praat raakte met drie Nederlanders. Het gesprek ontspon zich nadat ik mij een weg baande door een gewilig heet geblakerde meute sardines om alsnog de zweetgeur van mijn held Nick Cave te kunnen onderscheiden van alle andere okselvijvers ter plaatse.

Op het moment dat mijn net iets te enthousiaste passeer spreuken “sorry”, “mag ik even passeren”, “excuseer” en de aan mijn nogal bescheiden gestalte ontleende wriemel handigheidjes een halt werden toegeroepen door boosaardige fysionomische uitdrukkingen van de, zoals steeds veel te grote Nederlander voor mij (wat in mijn geval sowieso in 95% van de gevallen is bij Nederlanders), ontwaar ik een glimlachende blik naast mij. De aanvangsfase van het gesprek is door de (toenmalige) loden hitte samen met het zweet van mijn lijf gesijpeld. Het onderwerp en gedachtewisseling die hierop volgde, doe ik graag kort uit de doeken.

In eerste instantie ging het over mijn algemene indruk van het festival an sich. Daar het verre van mijn eerste festivalervaring is, had ik een bescheiden potje kennis opgedaan waarmee ik aan het vergelijken kon gaan. Het moet dan ook gezegd dat Down The Rabbit Hole, samen met de concullega’s van Best Kept Secret, vrij hoog scoort. De gemoedelijke sfeer, het meer, de kwaliteit van de programmatie, het eten, het zoeken naar kleinschaligheid binnen een massagebeuren,… Allemaal uiterst positief en toen kwamen we tot hét heikel punt van beide vluchtige micromaatschappijen, namelijk de aanwezigheid van Nederlanders.

Het feit dat ik onze buren een zeer warm hart toedraag, niet in het minst omdat de schoolvakantie daar twee weken later beginnen waardoor het puberaal schorum door natuurlijke selectie zich niet tot op de festivalweide kan begeven, hield mij niet tegen om mij te kwijten van een missie met nationalistische allures. Ik voegde dan ook een belangrijk werkpunt toe die de alomtegenwoordigheid van Nederlanders op een Nederlands festival toch net iets draaglijker zou maken.

Het is namelijk zo, voor diegenen wiens ‘festivaldraad’ niet verder reikt dan onze eigenste landsgrenzen, dat Nederlanders de onhebbelijke gewoonte bezitten om een optreden te zien als vermakelijk toetje bij hun nogal grootschalig uitgevallen zomerterras. Het is niet ongebruikelijk dat je tijdens een optreden meer te weten komt over de gemiddelde familiale situatie van een willekeurig gezin uit het gehucht Rectum (die Nederlanders met hun weloverwogen dorpsnamen toch) dan dat je enkele flarden tekst hebt kunnen opvangen van de artiest die 25 meter verder versterkt wordt door enkele immense geluidstorens. Voor iemand zoals ik, met een zeer beperkte aandachtsspanne, wordt het dan wel heel moeilijk om te concentreren op datgene wat op het podium gebeurt.

Toen ik mijn ongenoegen op een zeer respectvolle manier kenbaar maakte aan mijn drie toehoorders, was ik er mij nog niet van bewust dat de reactie van één van hen mij nog het meest van mijn melk zou brengen. “Meen je dat nou, dat was me nog nooit opgevallen”, waren de gevleugelde Hollandse woorden die tot mij kwamen. Het woord verstomming heeft wellicht nog nooit zoveel toenadering tot mijn gelaatsuitdrukking gezocht dan op dat eigenste moment. Vriendelijke en lieve mensen, die Nederlanders, maar het ontbreekt hen ten gepaste tijde aan een nodige portie culturele zelfkennis. Ik vermeld hier wel graag bij dat de grootste globetrotter van de drie, een muzikant die reeds in België en Duitsland had opgetreden, mijn uitspraak meteen onderschreef.

Omdat het leven te kort is om teveel te focussen op de hinderpalen tijdens onze muziekbeleving, ben ik zo vrij geweest om een oproep te lanceren waar iedereen baat bij heeft. Vandaar, liefste Belgische muziekliefhebbers, gelieve vanaf volgende zomer nog massaler af te zakken naar bovengenoemde festivals. Zodoende kan er een overtal aan kleinere Belgen gecreëerd worden wat het voor mij, en voor een hele hoop andere landgenoten, veel aangenamer maakt om meer dan een glimp en een flard tekst op te vangen van mijn favoriete muzikale formaties. Bovendien drijven we onze Noorderburen richting Belgische festivals. Waar de tuinfeesten nog groter zijn en ze zich kunnen te goed doen aan alle grappen en grollen die voortspruiten uit onze inheemse pubers. Die net na het uitduwen van hun grootste puist boven het laatste examenblad naar hartelust aan het decompenseren slaan ergens op een Vlaamse Brabantse wei.

Copyright foto: Getty Images